- DataBewijst, Evenementen, informatie en colleges

Het VVOJ-congres

Vrijdag 22 en zaterdag 23 november was ik aanwezig bij het VVOJ-congres (Vereniging van Onderzoeksjournalisten). Ik heb meerdere sessies bijgewoond over vooral datajournalistiek. Ik wilde extra ervaring doen op inhoudelijk en zakelijk gebied. Een groot voordeel was dat een van de concurrenten van DataBewijst aanwezig was bij het congres: Pointer KRO-NCRV. 

Bijgewoonde sessies op vrijdag 22 november

– Essay van Lars Bové: Good Cop, Bad Cop. (Hij benadrukte dat een goede relatie veel scoops op kan leveren, maar dat je als journalist moet waken voor het feit dat je wel kritisch blijft.)
– Keynote Maria Mikkelsen (Noorwegen) over het verhaal/werkwijze achter een onderzoekscase.
– Keynote Fouad Youcefi (Zweden) over de WOB in Zweden. (In Zweden mag elk document van de overheid worden opgevraagd.)
– Introductie in R (coderen, visualiseren). Door Jonathan Stoneman (Verenigd Koninkrijk). 
– Hoe zorg je voor waterdichte verhalen?
– Coderen in R. Door Jonathan Stoneman (Verenigd Koninkrijk). 

Samen met Cédric, Eline en Stephanie woonde ik het coderen in R bij. Coderen en visualiseren is namelijk handig om te beheersen bij het maken van datajournalistieke producties. In iets meer dan twee uur tijd hebben we de basis van R geleerd, maar het is belangrijk om hier verder mee aan de slag te gaan om alles te kunnen begrijpen. Het was namelijk allemaal nieuwe vaktaal voor mij.

Het maken van waterdichte verhalen

Met name de lezing van Fouad Youcefi over het maken van waterdichte verhalen was enorm inspirerend. Youcefi is een Zweedse onderzoeksjournalist en werkt voor Föreningen Grävande Journalister (FGJ). Hij liet zien hoe hij een waterdicht verhaal maakte door te werken met de ‘Line by line’-methode. Dit heeft mij en de medeoprichters van DataBewijst zo enorm geïnspireerd dat we deze methode volledig willen toepassen in ons bedrijf. 

Confirmation bias
Youcefi begon over de risico’s van onderzoeksjournalistiek. “Het is mogelijk om feiten te gebruiken, zonder de waarheid te vertellen. Met intentie of zonder intentie.” Volgens hem zijn journalisten geneigd om hun bewijs af te laten stemmen op hun hypothese. Dit is de ‘confirmation bias’: de voorkeur voor bevestiging. Informatie die namelijk aansluit bij de hypothese wordt door journalisten beter gewaardeerd. Terwijl informatie die níet aansluit bij de hypothese, slechter wordt gewaardeerd.

Kill your darlings?
Verder wordt er soms aanvullende informatie in een artikel geschrapt om tot de kern van een verhaal te komen. Gevolg is hiervan dat bepaalde context ontbreekt. Youcefi: “Dit zijn soms relevante omstandigheden die je laten begrijpen waarom iets is gebeurd of waarom iemand iets deed.” Het is dus niet zwart-wit. 

Stel jezelf de volgende vragen bij het overwegen van het schrappen van een stuk tekst: 
– Als er een bepaald stuk informatie/data wordt weggelaten, heeft dat invloed op het hele plaatje?
– Zou het publiek teleurgesteld zijn als ze erachter kwamen dat je een stuk had weggelaten?
– Kan je uitleggen en je nog steeds goed voelen als je uitlegt waarom je ervoor hebt gekozen om het stuk weg te laten? Dit is een stukje geloofwaardigheid.  

Checklist
Op de FGJ-redactie wordt er gewerkt met een checklist. Voorafgaand aan een onderzoek wordt er aan de hand van de checklist gekeken naar de volgende punten:  

– Hypothese
– Bottom Line (Wat is het minimale en maximale level? Wat kunnen we ten minste bewijzen (bottom line)? Wat is het hoogst haalbare om te bewijzen (realistisch gezien).)
– Achtergrond
– Welk bewijs heb je nodig?
– De zwakke schakel
– Methode
– Verdeling verantwoordelijkheden
– Ethische dilemma’s
– Veiligheid
– Tijdsplan
– Budget

Line-by-line
Bij de onderzoeksverhalen van FGJ wordt er per feit/per zin verwezen naar de bron (in voetnoten). (Dit kan natuurlijk ook voor audio of video: frame-by-frame of sound-by-sound.) Daarnaast wordt er gedubbelcheckt door documenten te controleren en te bellen. Youcefi: “Check of je het goed hebt begrepen.” Dit is de zogenaamde line-by-line-methode. Youcefi: “Dit is bedoeld om je onderzoeksverhalen waterdicht te maken.” Op die manier kan er nooit een misvatting ontstaan over het achterhalen van de bron. Dit betekent dat alles opgeschreven moet worden, maar dat je je daardoor altijd kunt verantwoorden. 

Zo benadrukt Youcefi dat informatie die wordt gegeven door interview-kandidaten niet altijd kan kloppen. “Niks is waar totdat het is bewezen. Je moet in het hoofd van iemand zitten om te zeggen dat iemand liegt. Je moet zeker weten dat hij bewust onwaarheden vertelt.
Neem geen risico’s, dat loopt verkeerd af. De kleinste fout wordt tot een grote fout gemaakt.” Verder zijn volgens hem mede-journalisten niet te vertrouwen. “Zij zitten er waarschijnlijk naast.” 

Line-by-line – de drie stappen:
A. Factcheck alles: voetnoten, documentatie. Verifieer alles.
B. Check je conclusies: evalueer en wees precies.
C. Kritiek: Zorg ervoor dat je elke mogelijke aantijging kan verantwoorden. 

Advocaat van de duivel
Er vindt altijd een tussentijdse meeting plaats om te evalueren of alles op de checklist volgens schema verloopt. Maar een paar dagen voorafgaand aan de publicatie vindt het gesprek plaats met de eindredactie. Zij spelen de advocaat van de duivel. Zij hebben een sceptische en kritische houding tegenover het te publiceren onderzoeksverhaal. Youcefi: “Op die manier kun je nog aanpassingen doorvoeren. Wat zeggen wij als journalisten? Welk beeld schetsen we voor het publiek? Wees precies en correct.” Op de FGJ-redactie wordt deze meeting als iets beruchts gezien. Het duurt meerdere uren en de journalisten moeten verantwoording afleggen voor het geschreven verhaal. 

Vervolgens worden de laatste aanpassingen doorgevoerd en wordt het gehele manuscript een vier dagen voorafgaand aan publicatie opgestuurd naar de desbetreffende aangeklaagde partij. Daardoor krijgt de aangeklaagde tenminste een kans om zich te verantwoorden. Ook al komt er geen antwoord, de aangeklaagde krijgt dus nog wel een laatste kans. Youcefi vertelt dat er bijvoorbeeld in de Verenigde Staten eerst wordt gepubliceerd en dan de reactie van de aangeklaagde wordt afgewacht. Vervolgens wordt er een vervolgartikel (over de reactie van de aangeklaagde) geschreven. Youcefi: “Dat is niet juist.” Het heeft iets weg van sensatie uitlokken. 

Line-by-line voor DataBewijst
Het toepassen van de line-by-line-methode heeft veel positieve gevolgen. Daarvan kunnen bijvoorbeeld zijn:

– Volledige informatie bij onderzoeksverhalen
– Correcte informatie bij onderzoeksverhalen
– Sensatie wordt voorkomen
– Inhoudelijke kritiek neemt af
– het zorgt voor structuur binnen een redactie
– Journalisten staan sterker
– Vertrouwen in de journalistiek kan stijgen

Tijdens een discussie in mijn minorklas kreeg ik de kritische vraag: “Hebben anderen wel de behoefte aan deze transparantie over hoe de productie tot stand is gekomen? Niet iedereen gaat altijd checken hoe goed het is onderzocht.” Dat is zeker waar. Niet iedereen heeft behoefte aan deze grote vorm van transparantie en nauwkeurigheid; vaak lezen mensen een productie snel door. Maar om te voorkomen dat er misvattingen ontstaan (op sociale media kan dit snel escaleren als mensen hun mening gaan delen of het bestempelen als nepnieuws als het nieuws hen niet uitkomt), kiezen wij er met DataBewijst voor om de line-by-line-methode toe te gaan passen. Wij geloven dat we kritischer naar onze eigen werk gaan kijken en het de betrouwbaarheid verhoogt. Bovendien willen we dit systeem kenbaar maken aan het Condor-bestuur: het is een goede oefening voorafgaand aan een assessment. Maar de vraag of het publiek behoefte heeft aan deze vorm van transparantie, is er wel een om goed over na te denken.

Bijgewoonde sessies op zaterdag 23 november

– De beste dataverhalen van ‘The Guardian’. Door Pamela Duncan (Verenigd Koninkrijk). 
De zin en onzin van onderzoekspodcasts. Door Kees van den Bosch en Sylvana van den Braak.
– Datajournalisten op een kluitje. Door René Sommer (van Pointer KRO-NCRV). 

Datajournalistiek bij ‘The Guardian’
De lezing van Pamela Duncan heeft mij geïnspireerd om een column tijdens mijn minor te schrijven.  Ik leerde veel over de aanpak en obstakels die datajournalisten in Verenigd Koninkrijk ondervinden. Een mooi uitspraak van Duncan: “We zijn journalisten, niet zomaar cijferjournalisten. Wij schrijven onze eigen verhalen; de cijfers worden niet gebruikt als aanvulling op een al-bestaand verhaal. Het draait om samenwerking en informaliteit vanaf het begin. Je moet bewijzen dat je als datajournalist gelijk staat aan de andere journalisten.” Daarnaast benadrukte ze hoe belangrijk het is om transparant te zijn tegenover je publiek: publiceer de methode die je hebt toegepast bij de totstandkoming van het verhaal.

Podcasts en onderzoeksjournalistiek
De tweede lezing ging over de combinatie van onderzoeksjournalistiek en podcasts. Dat is iets waar wij als DataBewijst serieus over nadenken: er bestaat nog geen podcast over datajournalistiek. Het is een vernieuwende vorm waarin wij ons kunnen verantwoorden voor de productie. Daarnaast leert het publiek de makers kennen, wordt de manier waarop er wordt gewerkt bekend (de luisteraar meenemen in het proces) en wordt een jonger publiek bereikt. Zo’n podcast is dus eigenlijk een combinatie van feiten en verhalend vertellen. 

Pointer
Als laatste woonden we met het DataBewijst-team de lezing van René Sommer (editor-in-chief bij Pointer KRO-NCRV) bij. Hier krijgen wij een mooi inzicht in de manier waarop Pointer (nota bene onze concurrent) te werk gaat. Wij leerden hun zeven thema’s en hun werkwijze kennen:

– Pitchvergadering (onderwerpen pitchen, datasets opzoeken) 
– Trello: status van de projecten bijhouden
– Data-analyse
– Kanaal voor productie bepalen
– Samenstelling multidisciplinair team: analist/journalist + designer + developer 
– Lopend project via Slack-kanaal (per productie) bijhouden: kick-off, productie, stand-up, impact, evaluatie, design/development-overleg. 

Sommer: “De overlap aan kwaliteiten is juist fijn. Je vult elkaar aan en snapt elkaar.” Dat is voor DataBewijst een goed punt. Wat zijn de kwaliteiten van elk individu binnen ons bedrijf en hoe kunnen wij elkaar aanvullen? Of hebben we nog iemand nodig die een specialist is op het gebied van bijvoorbeeld vormgeving?

Daarnaast gaf Sommer een inkijkje bij de publieke omroep. Pointer mag van de NPO alleen blijven voortbestaan als ze over een jaar 100.000 unieke bezoekers op de website hebben. Bovendien is er bij de NPO geen speciale online-afdeling: het moet onder tv of radio vallen. Dat is de enige reden dat Pointer eens in de zoveel weken een tv-uitzending móet maken. Zo erg loopt de publieke omroep dus achter op het gebied van innovatie en digitalisering. Sommer: “Van bovenaf weten ze niet zo goed wat datajournalistiek is en daardoor worden we sneller vrijgelaten. Dat wat uit de data voorkomt – het verhaal – daar draait het om.” 

Sommer gaf aan dat Pointer openstaat voor samenwerkingen met andere media. “Dan moet er een deadline worden afgesproken, verwijzen we naar elkaar door en wordt tegelijkertijd het persbericht en de publicatie naar buiten gebracht.” Hoe meer mensen, hoe beter de kwaliteit wordt van een datajournalistieke productie. Zo werk ik samen met een DataBewijst-teamlid aan een bepaald artikel, in samenwerking met een van de Pointer-datajournalisten. Dus concurrentie kan ook resulteren in samenwerkingen. 

Conclusie

Al met al was het VVOJ-congres ontzettend leerzaam. Ik ben geïnspireerd geraakt voor DataBewijst en heb kennis opgedaan op het gebied van de WOB, datajournalistiek, coderen, werkwijzen, ethische kwesties en mijn netwerk vergroot. Het bijwonen van dit tweedaagse evenement was het meer dan waard. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.