- Overig, Reflectie

Samenwerking met Art Rooijakkers

Research voor columns in ‘Het Parool

Wat is het toch handig om mensen in je omgeving te kennen met connecties. Via Roy is er een hele gave samenwerking ontstaan met Art Rooijakkers. 14 maart kwam hij langs om zijn idee bij ons te vertellen:

Art heeft twee dochters van 2 jaar oud. Hij is erg benieuwd hoe de eeuw eruit komt te zien waarin zijn dochters gaan leven. Hij stelt zichzelf vragen als ‘hoe oud worden mijn dochters?’, ‘Gaan ze de aarde van buitenaf zien?’ en nog veel meer van dat soort (wetenschappelijke) vragen. Deze vragen behandelt hij in een wekelijkse column voor de zaterdagkrant van Het Parool onder de naam: ‘De eeuw van mijn dochters’. Aan ons de taak om Art te helpen met research en eventuele contactpersonen. In feite zijn wij de bureauredactie voor zijn column.

De vraagstukken
Nog geen week later na Arts bezoek gingen mensen uit het eerste en tweede jaar aan de slag met de eerste vijf vraagstukken. Ik was een week later aan de beurt en heb over het tweede semester verspreid vier vraagstukken behandeld. Overigens zijn deze nog niet gepubliceerd:
– Nemen mijn dochters later een tatoeage?
– Moeten mijn dochters later nog werken? (projectleider)
– Lopen mijn dochters over 50 jaar nog krom? Problemen door telefoongebruik op fysiek gebied. (projectleider)
– Gaan mijn kinderen over 50 jaar nog op wintersport (toespitsen op al dan niet sneeuw)? (projectleider)

Het lastige aan de vraagstukken is dat ze over de toekomst gaan en enorm divers zijn. Over het ene onderwerp is veel te vinden qua voorspellingen of speculaties, maar sommige zijn erg specifiek. Je moet oppassen dat je niet te veel gaat speculeren, maar daadwerkelijk (meerdere en recente) bronnen met goede argumenten en verwachtingen vindt. En dat dan met de doelgroep van Het Parool in het achterhoofd: de Amsterdammers. Daarnaast waren bepaalde vraagstukken breed, zoals ‘moeten mijn dochters later nog werken?’. Die vraag kun je op meerdere manieren opvatten. Maar bij een vraag over wintersport kom je al snel uit bij klimatologische voorspellingen. Aan ons de taak om het tegelijkertijd breed én afgebakend te houden. Niet altijd even makkelijk, maar het lukte wel. 

Art en zijn twee dochters

Samenwerking en projectleiderschap
Over het algemeen verliepen de samenwerkingen binnen de groep soepel. Ik heb telkens met andere mensen gewerkt en dat zorgde voor afwisseling en frisse samenwerkingen. Zo ga je soms samenwerken met mensen met wie je dat niet zo snel zou doen, een goede oefening voor later in het werkveld. Slechts één keer was het lastig toen niemand van mijn groepje op school aanwezig was. Dat is toen opgelost via WhatsApp. Ik was drie keer projectleider en pakte het telkens op dezelfde manier aan:

1. Als de verdeling bekend was, maakte ik direct een WhatsApp-groep aan met de mensen met wie ik samenwerk voor het vraagstuk.
2. Aan het begin van de week met het groepje brainstormen over onderwerpen voor het vraagstuk. 
3. Vervolgens een taakverdeling makenper onderwerp.
4. Via Google Drive iedereen apart laten werken. Als de een iets vindt over een onderwerp van de ander, dat ook in het Drive-bestand zetten. Elkaar helpen waar nodig, dat scheelt tijd voor de ander.
5. Regelmatig polshoogte nemen of het bij iedereen lukt en vragen of iemand ergens tegenaan loopt.
6. Alles controleren, bronnen benoemen en het bestand in dezelfde lay-out zetten.
7. Woensdag de deadline: alle keren gehaald. 

In het researchdocument stond altijd het volgende vermeld:
– Toelichting voor het onderzoek. Waarom hebben we gekozen om ons te richten op deze onderwerpen en welke zijn dat?
– Vaak waren er drie hoofdonderwerpen: ongeveer één pagina per onderwerp. In totaal dus drie kantjes. Als er grafieken ingevoegd waren, dan was er een extra pagina. 
– Gegevens van contactpersonen. De regel was altijd om te bellen (bij geen antwoord mailen) of ze bereid waren te praten met Art over het onderwerp. (We mochten overigens niet bellen namens Art, aangezien het niet zeker was of hij deze mensen ook daadwerkelijk zal benaderen. Art: “Benader hen zoals de redactie van een talkshow dat zou doen.”) 
– Bij elk stuk informatie (research op internet) de bron, publicatiedatum, auteur en link naar de bron vermelden. 

Het was leuk om te zien dat het samenstellen van zo’n document steeds sneller verliep. In het begin gaf Art namelijk feedback en werd er al snel duidelijk wat hij de fijnste manier vond van het aanleveren van de researchdocumenten. Hierdoor ontwikkelden we een vaste manier van het opstellen van de documenten en dat werkte snel. Ook was het tof dat wij mee mochten denken over nieuwe vraagstukken, waarvan hij een paar goedkeurde voor zijn column. Mijn vraag over krom lopen is hier een voorbeeld van. 

Condor staat vermeld!

Contact met Art
Niet alle keren verliep het contact met Art even vlekkeloos. Naast het schrijven van zijn column, had hij ook veel andere doorlopende projecten. Daarnaast was hij bezig met het opzetten van zijn eigen dagelijkse zomerprogramma.

Waar wij in het begin tegenaan liepen, was dat bij de publicatie van de eerste columns niks van onze research erin te vinden was. Mede daarom kwam Art op 14 mei langs om het daarover te hebben. Hij vertelde dat hij de documenten leest om een bepaalde invalshoek te kiezen. Daar hoort ook het schrappen van bepaalde onderwerpen bij. Dat betekent dat wij hem op weg helpen met het schrijven in een specifieke richting. Dat was voor mij een geruststelling. Hij heeft dus wel degelijk wat aan onze research, we doen het niet voor niks.

Een ander lastig punt was de vermelding in de krant en op de site van Het Parool. Eerst stond onze samenwerking niet eens genoemd, vervolgens stond er: ‘met medewerking van studenten van Fontys Hogeschool Journalistiek’. Terwijl wij specifiek hebben vermeld dat wij als Condor-studenten genoemd willen worden. Na veel telefoontjes door Djaydee met Het Parool, is het na meerdere weken gelukt om onze samenwerking juist te vermelden. Daarnaast hebben we een groepsfoto met Art gemaakt (de meningen verschillen nogal over de gezichtsuitdrukkingen van iedereen) en heeft Art een stukje geschreven over onze samenwerking wat iedereen op LinkedIn kan vermelden. 

“Voor mijn wekelijkse Parool-column De Eeuw van Mijn Dochters werk ik sinds een aantal maanden samen met de Condor studenten van de FHJ. Dankzij hun gedegen research kan ik mijn artikelen binnen de deadline opleveren. Ik ben zeer tevreden over onze samenwerking; de groep levert goed werk af, luistert naar aanwijzingen, is communicatief, professioneel, kritisch, enthousiast en houdt het overzicht. Dat laatste zelfs beter dan ik dat doe.” – Art Rooijakkers

Zomer met Art
Al bij onze eerste kennismaking had Art het over een toekomstig zomerprogramma in de vorm van een dagelijkse talkshow. Begin deze week was het programma ‘Zomer met Art’ voor het eerst te zien op RTL4 om half elf ’s avonds. Op de woensdagen behandelt Art in de uitzending een van de vraagstukken van zijn columns. Hiervoor gaat zijn eigen programmaredactie aan de slag met een vraagstuk. 

Wij mochten gisteren langskomen tijdens de uitzending. Het was leuk dat Art ons voorafgaand aan de uitzending even sprak. Hij liet zelfs het publiek voor ons applaudisseren. Na afloop spraken we hem kort over de ontwikkelingen van het programma en werden we door hem uitgenodigd om boven in de foyer (met de gasten en crew) een drankje te drinken. Het was bijzonder en zelfs een beetje humoristisch dat een rij van twaalf studenten de reusachtige trap opliep langs alle beveiliging heen, zo achter Art aan. Bij de toekomstige uitzendingen zijn we wederom welkom.   

In de studio

Mijn reflectie
Inmiddels hebben we met elkaar dertig vraagstukken behandeld. Art kan dus wel even vooruit, aangezien er nog meer tien columns zijn gepubliceerd. Ik merkte om me heen dat hoe verder het project vorderde, er bij veel mensen de motivatie voor de research daalde. Wat begon met enthousiaste uitspraken als: “We gaan gewoon werken voor Art Rooijakkers!” veranderde al snel in: “Het was niet wat ik ervan verwacht had”, “Waar doe ik het eigenlijk voor” en “Ik heb andere dingen te doen die belangrijker zijn”. Zo stond ik er gedurende dit project nooit in. Ik vind dat als je een samenwerking aangaat voor zo’n opdrachtgever – want eerlijk is eerlijk, het is toch Art Rooijakkers – dat je niet zomaar de kantjes ervan af kunt lopen. Ja, ook ik had het erg druk met andere projecten en als ik zag dat ik weer was ingedeeld voor een vraagstuk, moest ik het een en ander verschuiven in mijn agenda. Maar ik deed het wel. En hoewel sommige mensen meer verwacht hadden van de samenwerking, ben ik van mening dat ik er veel voor heb teruggekregen. Ik kan het op mijn cv vermelden (plus Arts begeleidende tekst), heb een directe connectie met hem, heb veel geleerd over bureauredactionele en researchwerkzaamheden (zeker met oog op de competentie research) en Condor krijgt naamsbekendheid door Het Parool. Ik ben blij dat ik heb mee mogen werken aan dit project. 

Competenties
– Publieksgerichtheid: Voor elk onderwerp hadden we dezelfde doelgroep in ons hoofd: de lezers van Het Parool (Amsterdam). Bij het benaderen van contactpersonen draaide ik het standaardpraatje af met de vraag of Art eventueel contact met hen zou mogen opnemen. Maar hij koos de definitieve contactpersonen zelf uit, wij belden niet namens hem. 
– Research: Alles aan dit project heeft te maken met de competentie research. Mensen bellen, betrouwbaarheid checken door meerdere, vaak drie bronnen (Engelstalige en Nederlandstalige) met elkaar te vergelijken, recente informatie bij elkaar voegen en afwegen welke informatie belangrijk voor Art zou kunnen zijn. Dit deden we allemaal binnen gegeven themagebieden in teamverband: elke week hadden we weer een nieuw onderwerp. 
– Produceren: Zelf produceerden we een researchdocument wat uiteindelijk de basis vormde voor de echte productie: de column van Art. In ongeveer drie dagen werd het researchdocument gemaakt (korte termijn), maar de samenwerking met Art loopt nog steeds en duurt dus meerdere maanden (lange termijn).
– Vernieuwen: We hebben ingespeeld op naamsbekendheid door onder andere Condor te laten vermelden in de column van Het Parool. Dit behoort tot het verkennen van de (freelance)markt, als bureauredactie. 
– Reflecteren: Bij elk onderwerp maakten we een verdeling met een hoofdvraag (het onderwerp) en deelvragen. Vervolgens werd er tijdens het researchen gefilterd op betrouwbaarheid. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.