- DataBewijst, Datajournalistiek, Portfolio, Reflectie

Dodenherdenking

Definitieve Slices-productie: link
Definitieve DUIC-publicatie: link

Aangepast programma dodenherdenking in Utrecht: thuis herdenken en niet samen bij de monumenten

Op 9 april plaatsten we weer een nieuwe poll op LinkedIn en voor het eerst ook op Facebook. Hierin legden we twee keuzes voor:

De uitslag van de poll na een week:
– Facebook (5 stemmen): 80% Dodenherdenking, 20% Formule 1
– LinkedIn (12 stemmen): 67% Dodenherdenking, 33% Formule 1

Het onderwerp over de Dodenherdenking had dus een ruime meerderheid. Om niet dezelfde fout te maken als eerdere producties, besloten we voorafgaand aan de productie contact op te nemen met een potentiële opdrachtgever. Op ons lijstje stonden Brabants Dagblad, Omroep Brabant en De Limburger. Maar van Brabants Dagblad hadden we nog niks gehoord van een voorgaande productie (files) en met de laatste twee mediabedrijven wilden we eerst een salesgesprek inplannen. We waren al eerder in gesprek geraakt met De Utrechtse Internet Courant (DUIC), via Nancy en Daniëlle Arets. Daarom besloten we als invalshoek Utrecht te pakken, om de data weer op regionaal niveau te onderzoeken. We benaderen de redactie met ons idee op 22 april en werden uiteindelijk doorgestuurd naar de leidinggevende: Robert Oostenbroek. Zo waren we er in ieder geval zeker van dat we de direct de juiste persoon hadden. 

Bijzondere gebeurtenissen in kaart brengen

We kregen akkoord vanuit DUIC en gingen direct aan de slag met ons onderzoek. Onze invalshoek was om bijzondere gebeurtenissen tijdens de Dodenherdenking (van de afgelopen 75 jaar) in de gemeente Utrecht in kaart te brengen. Daarnaast was er natuurlijk het nieuwsaspect dat door de coronamaatregelen de komende Dodenherdenking er heel anders uit zou komen te zien dan normaal. Eline en Stephanie doorzochten het internet op bijzondere gebeurtenissen en ik ging samen met Cédric oude krantenknipsels van Het Utrechts Archief doorspitten. Deze waren van de periode 1947-1967, inclusief foto’s. Het vergde aardig wat tijd om alle krantenknipsels die met de zoekterm ‘dodenherdenking’ door te nemen. Zo zaten er ook nieuwsberichten tussen die gingen over de nationale of internationale herdenking. We moesten goed filteren op de gemeente Utrecht. Alle uitkomsten van ons vooronderzoek staat in dit document:

Contact met de gemeente Utrecht

Het was aannemelijk dat de gemeente Utrecht een lijst had waarop alle locaties stonden waar de herdenkingen werden en worden gehouden, ook in de loop van de jaren. Daarom heb ik gebeld met de gemeente om deze data op te vragen. Ik had daarnaast nog een paar vragen over de coronamaatregelen die de gemeente zou treffen. Tijdens het telefoongesprek kreeg ik de naam door van de senior persvoorlichter die voor ons zou gaan zoeken naar de dataset: Marieke Ruijgrok. Twee dagen later werd ik door haar teruggebeld en moest ik opnieuw mijn vragen stellen. Zij ging er verder mee aan de slag. De tijd begon te dringen, want we zaten vast aan de strakke deadline van het weekend voorafgaand aan 4 mei. En alle data moest nog worden geanalyseerd. Op 28 april probeerde ik opnieuw de persvoorlichter te bereiken, maar ik kreeg geen respons. Ik werd gebeld door Charlotte van Zutphen, (woordvoerder) en moest haar weer op de hoogte brengen van mijn verzoek. Plotseling kregen we op de DataBewijst-mail een bericht van Nurcan Kaya (Kabinet en Externe Betrekkingen). Zij gaf aan vrijdag al te hebben gebeld, maar geen gehoor te hebben gekregen. Wat bleek: het laatste getal van onze bedrijfstelefoon in de mailhandtekening was fout. Dit heb ik direct aangepast. Nurcan Kaya stuurde vervolgens een niet-compleet overzicht door met de herdenkingslocaties. Ik heb haar direct gebeld om mijn vragen te stellen over hoe de dataset tot stand is gekomen en waar ik aanvullende data kan opvragen. Daarnaast heb ik extra informatie genoteerd wat betreft protocollen en de organisatoren (per wijk). Op basis van dat laatste stelde Nurcan Kaya voor om namens de gemeente een mail te sturen naar de organisatoren van de wijken. Onze oproep luidde als volgt:

Oproep aan de organisatoren

Hier kregen wij verschillende reacties op, waaronder iemand die een scriptie had geschreven over de Dodenherdenking in Lombok (en stage had gelopen bij het Nationaal Comité 4 en 5 mei). Deze scriptie waren wij toevallig al tegengekomen. Ook werd ik gebeld door een organisator van de herdenking in de wijk Tuindorp. Hier heb ik direct vragen aan gesteld wat betreft de coronamaatregelen, om een persoonlijke noot toe te voegen aan onze productie. Opvallend genoeg kregen we zelfs nog op 8 juni een mail binnen van een organisator, maar dat was uiteraard niet meer bruikbaar. 

Data verzamelen

Op 28 april ging ik samen met Stephanie aan de slag met de dataverzameling. Eline en Cédric focusten zich op Slices en het maken van een tijdlijn. Na het ontvangen van het niet-complete overzicht van de gemeente was het zaak om informatie te zoeken over de monumenten. We hebben hierbij gekeken naar wat voor monument het is, wanneer het is geplaatst, of er bijzonderheden zijn en wat de coördinaten zijn (met oog op een interactieve kaart). Op de site van het Nationaal Comité 4 en 5 mei stond veel van deze informatie met daarbij nog andere monumenten in de gemeente Utrecht. Via andere websites, onder ander doorverwezen door de gemeente zelf, maakten we een steeds langere lijst van alle oorlogsmonumenten in de gemeente Utrecht. We controleerden elk discutabel monument op betrouwbaarheid door meerdere sites naast elkaar te leggen en te checken of de informatie met elkaar overeenkwam. Bij twijfel vermeldden we dit in het databestand.

Stephanie en ik waren gestructureerd bezig, maar we begonnen wat twijfels te krijgen over waar we nu eigenlijk mee bezig waren. Wat was de nieuwswaarde van dit overzicht van oorlogsmonumenten? We konden niet met zekerheid zeggen dat bij al deze oorlogsmonumenten ook daadwerkelijk een herdenking werd gehouden; er was niet meer genoeg tijd om dit te controleren. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat onze verzamelde data inzicht bood in hoeveel oorlogsmonumenten in de gemeente Utrecht erbij zijn gekomen in 75 jaar tijd. Onze oorspronkelijke invalshoek – en dus de nieuwswaarde – zijn we eigenlijk een beetje uit het oog verloren. 

Data ordenen en visualiseren

De lijst van oorlogsmonumenten werd alsmaar groter en groter. Het begon met een ruw overzicht (waarvan de geel gemarkeerde vakken informatie is die afkomstig is van de gemeente):

Vervolgens hebben we in meerdere stappen de data geordend. Dit was ook nodig voor de visualisatie die we voor oog hadden: een LocalFocus-kaart. Het publiek zou dan een visueel overzicht krijgen van alle oorlogsmonumenten die in de gemeente Utrecht verspreid staan. Door te klikken op de icoontjes, kan er informatie worden gegeven over het monument zelf en of er een herdenking wordt gehouden. Maar doordat er in Slices geen interactieve kaart kan worden ingevoegd, moesten Stephanie en ik een alternatief bedenken. We besloten om op chronologische volgorde drie kaarten te maken. Hier zat niet direct een verband in, maar het voelde voor ons op dat moment goed:
– De periode 1940 – 1950 (de oorlogsjaren en de eerste vijf jaren na de oorlog)
– De periode 1950 – 2000 (de plaatsing van monumenten verloopt verspreid over de jaren)
– De periode 2000 – heden (vanaf de 21e eeuw komen er relatief veel monumenten bij)

Dit databestand vormde de basis voor de visualisatie. Stephanie heeft de data in kaart gebracht via de site van LocalFocus en ik heb de afbeeldingen gemonteerd. Dit was een vervelende klus, omdat er rekening moest worden gehouden met de afmetingen van Slices; voor zowel de mobiele als desktopversie. In eerste instantie hadden wij als DataBewijst de desktopversie voor ogen, maar na overleg met DUIC hebben we gekozen voor een middenweg. Volgens hen leest 40% van hun publiek het nieuws via de desktop en 60% via de telefoon. Na heel wat gepuzzel is het uiteindelijk gelukt om één productie te maken die zowel geschikt is voor desktop als mobiel.

Contact met DUIC

Op 1 mei stuurden we de productie op naar Robert. Maar we kregen geen goed bericht terug:

“Bedankt voor het opsturen van de productie. Ik heb er goed naar gekeken en ben zo vrij geweest om er vrij uitgebreid op in te gaan. Op dit moment is het voor DUIC helaas nog niet publicabel. In eerste instantie werd er gesproken over een onderzoek- datajournalistiek project, ik merk dat ik dat er nog niet helemaal inzie. Ik weet nu ook nog niet wat ik op de kaart precies moet zien, en waarom het belangrijk is wat er op te zien valt. Ook is de tijdlijn inhoudelijk niet heel sterk. Ook zitten er wel behoorlijk wat tekstuele slordigheden in. Meer in het bijgevoegde document. Hopelijk zien jullie mijn feedback nog positief in 😉 Ben uiteraard wel benieuwd naar jullie reactie op mijn feedback.”

Daarnaast stuurde hij een document waarin hij per Slices-pagina een opmerking plaatste. Wij konden ons volledig vinden in zijn feedback. We hadden van tevoren onze invalshoek beter moeten uitwerken; daar was de kaart van monumenten het perfecte voorbeeld van. De toegevoegde waarde van het visuele Slices kwam ook niet goed naar voren. Het was leerzame feedback, maar het betekende ook dat onze productie nu niet gepubliceerd zou worden. Ik heb daarom direct Robert gebeld met de vraag of het alsnog gepubliceerd kon worden als we zijn feedback zouden verwerken. Daar ging hij direct mee akkoord (inclusief de vraagprijs). Diezelfde vrijdag(avond) hebben we met z’n allen keihard doorgewerkt om alle aanpassingen door te voeren. Zo heb ik nog samen met Cédric gekeken naar toevoegingen voor de tijdlijn, aangezien er een groot gat was tussen 1970 en 2000. En samen met Stephanie heb ik extra videomateriaal gezocht om de visuele waarde van de productie in Slices te vergroten. Ik deed nog de laatste spellings- en grammaticacontrole en om half elf ’s avonds stuurden we de bijgewerkte versie door naar DUIC. Hierin gaven wij nog extra toelichting over bepaalde punten. Het gebruik van de tijdlijn was een keuze die we overlieten aan DUIC, inclusief een paar andere administratieve zaken.

Twee dagen later ontvingen wij goed bericht van Robert: onze productie zou worden geplaatst. Hij gaf nog wel uitgebreide feedback:

“Ik heb er iets uitgebreider naar kunnen kijken. Het ziet er al stukken beter uit, fijn! Ik vroeg mij nog wel af waarom jullie hebben gekozen voor deze tijdsindeling bij het kaartje over de monumenten? Omdat dit niet duidelijk is, is het ook lastiger om het belang van die kaart te zien. 
Over het algemeen is het nu zeker publicabel, maar het concept blijft wat lichtjes. Een paar tips voor een volgende keer: De tijdlijn is niet heel verdiepend, en ik weet nog niet wat die kaart precies moet vertellen (ja de komst van nieuwe monumenten, maar wat vertelt dat precies), de rest van de losse stukjes tekst is voldoende maar het blijft wat aan de oppervlakte, het is niet echt een verhaal. Het gebruik van de video’s verantwoord wel het gebruikt van slices, want anders had het ook niet per se in dat programma gehoeven. Slices is prachtig als je mooie beelden hebt, dan kan je goed een visueel verhaal vertellen. De kaart had juist ook mooi los gekund, dat mensen erop hadden kunnen klikken en dan iets meer over het monument konden lezen. Naja, dat voor een andere keer.”

Wederom fijn gebrachte kritiek die we goed konden gebruiken voor onze toekomstige producties. We hebben nog een mail teruggestuurd met nog extra uitleg. Uiteindelijk is 4 mei om 10:00 uur onze productie geplaatst op de site van DUIC. Onze productie diende als ondersteuning van een eigen artikel van DUIC waarin geschreven werd over de coronamaatregelen bij de herdenkingen. Dit was van tevoren niet naar ons gecommuniceerd, maar wij zagen achteraf de toegevoegde waarde in van onze visuele productie bij dit artikel. 

Vervolgcontact met DUIC

Na de publicatie van onze productie hebben we een factuur opgestuurd en zijn we op tijd uitbetaald (€200 exclusief BTW, elke keer een klein beetje meer). We vonden de manier waarop Robert ons feedback gaf, heel fijn. Hij was open, eerlijk, duidelijk en kritisch. Uit de mails en telefoongesprekken trokken we de conclusie dat toekomstige samenwerkingen met DUIC niet eens zo ondenkbaar zouden zijn. Daarom besloten we bij een volgende productie weer contact op te nemen met DUIC. Dit was het onderzoek over de reactietijden van de politie. Maar na meerdere (verspreide) mails en belpogingen, kregen we geen antwoord. We vertelden dit aan Albertine Piels (Hackastory, Broeinest Brabant) en ze zei dat we dan maar contact moesten opnemen met de algemene redactie van DUIC. Wij wisten namelijk niet wat de reden was dat we geen reactie terug kregen en speculeren had geen zin. Inmiddels hadden we het idee van de aanrijtijden van de politie voor DUIC losgelaten en wilden we gaan inspelen op een duurzamere samenwerking. We wilden graag een validatiegesprek voeren, aangezien het ook bekend was dat DUIC een fikse subsidie had ontvangen van het Stimuleringsfonds voor specifiek datajournalistieke visualisaties. We zagen onze kans en ik besloot nog maar een keer te bellen met Robert. Verrassend genoeg kreeg ik hem direct te pakken en planden we een validatiegesprek in. Hij was enthousiast en nodigde ons zelfs uit om op de redactie langs te komen. Uiteindelijk hebben we het gesprek moeten verplaatsen vanwege de deadline voor de blog, maar het gesprek gaat binnenkort plaatsvinden.

Reflectie

De feedback van Robert was enorm waardevol. Hij confronteerde ons met de toegevoegde waarde van Slices en de keuzes die we hadden gemaakt. Wat op dat moment soms goed voelde, bleek achteraf niet altijd de juiste keuze te zijn geweest. Een voorbeeld hiervan is de tijdlijn en de indeling van de perioden voor de drie kaarten. Er zat hier niet echt een logische redenering achter. Daarnaast bemoeilijkte Slices het gebruik van een interactieve kaart, terwijl ik oorspronkelijk een Slices-productie én interactieve kaart voor me zag. We hebben destijds gekozen voor alleen de Slices-productie om tijd te besparen, maar dit had eigenlijk anders gemoeten. Verder was onze insteek te vaag. De beperkt ontvangen data van de gemeente hielp hier ook niet bij. Voortaan moeten we voorafgaand aan een productie met de opdrachtgever communiceren wat de nieuwswaarde is en hoe het onderzoek uitgevoerd gaat worden. Dat biedt beide kanten duidelijkheid over de aanpak en de verwachte uitkomst. 

Al met al ben ik wel tevreden over deze productie: het is de eerste DataBewijst-productie die is gepubliceerd en daar mogen we als team trots op zijn. De onderlinge samenwerking verliep soepel en we hebben veel van onze vrije tijd in de meivakantie opgeofferd voor het maken van deze productie. Het was ook een leerzame productie voor mijn eigen ontwikkeling als ondernemende (data)journalist: data verzamelen en analyseren én tussentijds het contact onderhouden met de gemeente, organisatoren en de opdrachtgever. Dat laatste is al een vooruitgang vergeleken met de fileproductie. Daarnaast hebben we mooie positieve reacties gekregen vanuit onze (werk)omgeving. Voor een eerste gepubliceerde productie is dit dus zeker niet slecht. Met kleine stapjes groeien we als individuele journalisten, als team en als onderneming. 

Competenties

– Publieksgerichtheid: Er is contact gezocht met het publiek via de poll. Deze pollonderwerpen waren van tevoren al zorgvuldig uitgekozen door het DataBewijst-team, maar het publiek kreeg de laatste stem. Dit bood inzicht in wat de nieuwsbehoefte van dat moment was bij het publiek. 
In de productie staan de bronnen vermeld, waardoor er op een transparante manier de werkwijze wordt getoond. Onze productie is onder de aandacht gebracht op de website van DUIC en via onze eigen Facebook- en LinkedIn-pagina’s. Via onze eigen kanalen was er een duidelijke stijging te zien van het aantal spontane weergaven, bezoekers, betrokkenheid en bereik. 

– Researchen: Bij het doorzoeken van de oude krantenknipsels in de eerste twintig jaar na de oorlog, kwam ik veel oud-Nederlandstaalgebruik tegen. Daarnaast was de opzet en opmaak van de artikelen in de krant onoverzichtelijk, waardoor het soms zoeken was naar bruikbare informatie en opvallendheden. Het samenstellen van de dataset vergde veel researchvaardigheden en er moest continu worden gecontroleerd hoe betrouwbaar een bron was. De productie verbindt twee maatschappelijke en actuele onderwerpen: 75 jaar bevrijding en de invloed van de coronamaatregelen daarop. 

– Produceren: De productie is specifiek gemaakt voor een online-omgeving: de (beoogde interactieve) kaart van LocalFocus, de tijdlijn en alle tekst en beeld/audiomateriaal wat is gebruikt voor Slices. Het verzamelen van de data was niet zozeer complex, maar wel tijdrovend. Als er extra tijd beschikbaar was geweest, dan was dit de kwaliteit en diepgang van de productie ten goede gekomen. Daardoor valt deze productie nu vooral onder de het kopje middellange termijn. Doordat vanaf het begin al duidelijk was dat de productie voor DUIC zou zijn, is er rekening gehouden met de doelgroep. Zo kond bepaalde informatie achterwege worden gelaten, omdat de Utrechtse bewoners bepaalde plekken en namen al kenden. Al vrij vroeg in het proces is de opdrachtgever betrokken geweest bij de productie. Maar inhoudelijk gezien speelde DUIC pas echt een rol toen de eerste versie werd gestuurd. Op basis van die feedback en aansturing is de productie aangepast en gepubliceerd.

– Vernieuwen: Door naar een andere regio toe te stappen, hebben we de markt verder verkend als datajournalistiekbedrijf. Tijdens de productie heb ik meerdere keren moeten improviseren met het verzamelen en verwerken van de data. Ik was de contactpersoon van de gemeente, de organisatoren en de opdrachtgever. Daardoor moest ik continu klaar staan wanneer de telefoon overging. Vanwege het gebruik van Slices is de interactieve kaart die ik oorspronkelijk voor ogen had naar de achtergrond verdwenen. Achteraf zonde, maar op dat moment onvermijdelijk vanwege de beperkte tijd. Niettemin is het duidelijk dat onze Slices-productie een (visuele) toevoeging is voor het artikel wat DUIC zelf had geschreven. Met deze productie heb ik laten zien dat ik een ondernemende houding heb tegenover het contacteren van bronnen (zoals de gemeente) en de opdrachtgever. 

– Reflecteren: Vergeleken met de eerste opdrachten van DataBewijst (files en jeugdzorginstellingen), verliep deze productie veel meer gestructureerd. De onderlinge verhoudingen waren duidelijker en er was voorafgaand aan de productie al contact opgenomen met de opdrachtgever. Nog steeds zijn er verbeterpunten als het aankomt op de voorbereiding en insteek van een productie. Een eerste afwijzing hoeft niet te beteken dat publicatie niet mogelijk is; door open te staan voor feedback kan alsnog het beoogde resultaat worden bereikt. Verder heb ik geleerd dat het belangrijk is om als ondernemende (data)journalist in de beginfase zoveel mogelijk praktijkervaring op te doen met datajournalistieke onderzoeken die direct bedoeld zijn voor het werkveld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.